Kenya 2004

Eind 2004 heeft een groep van 20 enthousiaste mensen in Lokichar in Kenia vrijwilligerswerk verricht. De meesten waren werknemers van Atos Origin en vandaar ook dat de reis werd gesponsord door het derde wereld fonds. Doel van de verblijf in Lokichar was het ondersteunen van de missionarissen van de Comboni-orde, de paters Pedro en Bruno. Die ondersteuning was heel praktisch, namelijk het bouwen van extra klaslokalen in een school voor kinderen met een lichamelijke handicap. Stichting Mama Mzungu (blanke moeder) organiseerde de reis, het onderdak en verzorgde alle maaltijden tijdens ons verblijf in Kenia. Mama Mzungu ondersteunt de bevolking in het Noordelijk deel van Kenia.

Lokichar is een dorp van ongeveer 5000 inwoners in het afgelegen Turkana, het Noorden van Kenia. Dit deel van Kenia is twee keer zo groot als Nederland en krijgt amper aandacht van de Keniaanse regering. De bewoners in Turkana leven als nomaden, reizen rond met vee en leven in simpele hutten. De taal die zij spreken is Turkana/Swahili. De mensen leven voornamelijk van het melk, het bloed en het vlees van het vee.

Het vrijwilligersteam bestond uit twee teams: één voor het bouwen van de klassen en één voor het timmeren. Het grondwerk voor de klaslokalen en de fabricatie van de stenen was al gedaan door de lokale bouwvakkers. Wij maakten het cement, versleepten de stenen en metselden de muren; wel onder supervisie van de bouwvakkers en de voorman. Het was hard werken op de bouwplaats vooral ook omdat het rond de 40 graden was. Daarom werkten we in ploegendiensten: s’ochtends vroeg en aan het eind van de middag. En in de tussentijd lunchen en siesta!! Het timmerteam maakte tafels en stoelen voor de klaslokalen; dit was minder zwaar werk omdat het timmeren in een schuur plaatsvond. Naast het bouwen hadden we van te voren als groep enkele duizenden euro’s opgehaald voor de stichting Mama Mzungu; en we hadden kleren, gereedschap, medicijnen en schoolmateriaal ingezameld.

Behalve hard werken was er ook volop tijd om het dorp (de kroeg) en het kleine ziekenhuis te bezoeken en de kerkdiensten op de missiepost bij te wonen. Wij hebben ook één van de paters vergezeld tijdens een trip de woestijn in naar afgelegen dorpen bestaande uit een tiental hutten, een school en een kerk. En bovenal was het ook genieten van de fantastische sterrenhemel – je kon zelfs lezen bij het licht van de maan- en de indrukwekkende natuur.

We sliepen met zijn allen in de slaapzaal van de meisjes op de ‘compound’ van de missionarissen.  De slaapzaal was beschikbaar omdat de meisjes vakantie hadden. Elke avond rolden we bekaf van het zware werk en de hitte in bed; al dan niet gewapend met oordoppen tegen het snurken van vooral mannelijke groepsleden, het gekraak en gepiep van de stapelbedden. Slapen was ook een goede remedie tegen de angst voor slangen en gevaarlijke spinnen die het terrein onveilig maakten.  Het eten was fantastisch verzorgd en werd door drie vrouwen uit het dorp op primitieve kookpitten verzorgd; met het warme eten waren ze de hele dag in touw. Een aantal mensen uit de groep was niet bestand tegen de hitte en het andere eten en moest een aantal dagen het bed houden.

De contacten met de lokale bevolking waren fantastisch. Vooral vrouwen en kinderen bezochten dagelijks de bouwplaats. Sommigen hielpen met zand scheppen voor het cement. Na het werk werd er volleybal gespeeld of tegen een voetbal getrapt. De vrouwen hebben een prachtige traditionele dansvoorstelling gegeven; de poging van de Nederlanders om dit te evenaren faalde jammerlijk. De foto’s van lokale bewoners op het scherm van onze fototoestellen zorgden voor veel hilariteit.

Na twee weken van hard zwoegen waren de muren van de klaslokalen klaar en de dakspanten geïnstalleerd: alleen het dak ontbrak nog. Op onze laatste dag kregen we een ‘goodbye party’ aangeboden door de missie-post en hebben we ter herinnering onze namen en handen afgedrukt in de muur van één van de klaslokalen.

Al met al was het een fantastische ervaring om te leven en te werken op de missiepost in Lokichar.

Door: Janny Jansma en Marijke Schilperoord

Comments are closed